Was het verstandig van gemeente Borne om Diftar in te voeren?

Diftar is niet gemakkelijker en ook niet financieel voordeliger dan “alles-in-één” inzamelen.

Daar waar steeds meer gemeentes ernaar terug gaan om verpakkingen en restafval tezamen in te zamelen en achteraf te scheiden, koos Borne er onlangs juist voor om over te stappen op Diftar (gescheiden afval inzameling).

Veel gemeentes hebben gekozen voor gescheiden afval inzameling (Diftar) om mensen bewuster te maken van wat zij weggooien en om restafval te verminderen, wat op zich een mooi streven is. Als groot voordeel van dit systeem noemen deze gemeentes het feit dat er inderdaad minder restafval is. Maar zij gaan er volledig aan voorbij dat de totale hoeveelheid afval niet is verminderd, het is nu gewoon anders verdeeld.

Dat glas, papier, GFT, kleding, elektronische apparatuur en klein chemisch afval (batterijen) apart worden ingezameld vormt geen probleem. Hiervan is het namelijk overduidelijk waar het bij hoort. Voor restafval en verpakkingen -bestaande uit plastic, metaal en drankenkartons- wordt het moeilijker. Want juist bij deze laatste categorie gaat het mis.

Er bestaat namelijk verschil tussen herbruikbare verpakkingen (wel bedoeld voor de “plastic” container) en niet herbruikbare verpakkingen (dus eigenlijk behorend bij restafval). Een oorzaak van het probleem is dat verpakkingen tegenwoordig zo veel verschillende materialen in één bevatten, want dat zorgt voor verwarring. De gemiddelde mens heeft geen idee wat afbreekbaar/herbruikbaar is en wat niet. Hierin zijn juist de afvalverwerkers gespecialiseerd.

Om gescheiden afval echt opnieuw te kunnen gebruiken, mogen er niet te veel dingen bij zitten die er niet bij horen (vervuiling). Het recyclebedrijf moet dus eerst deze vervuiling uit het gescheiden ingezamelde afval halen, voordat het afval kan worden verwerkt. Terwijl nascheiden van niet gescheiden afval simpel en effectief kan door moderne computertechnologie. Daardoor kunnen verschillende materialen met gemak uit een grote berg afval gefilterd worden. En ook de diverse soorten plastic kunnen hierdoor beter gescheiden worden.

Bovendien kunnen “bedrijven” hun afval over het algemeen niet gescheiden aanleveren (en in sommige gemeentes mogen ze dit zelfs niet). Zij beschikken immers vaak alleen over de grote zilvergrijze rolcontainers. De afvalverwerkers krijgen het afval zo dus op twee manieren aangeleverd: door burgers gescheiden en door bedrijven alles door elkaar.

Vooral in gemeentes die “succesvol” zijn in het beperken van restafval komt er steeds meer rotzooi elders terecht. Niet alleen naast (ondergrondse) afvalcontainers, maar ook in kledingcontainers. En grof afval belandt steeds vaker in de natuur. Het opruimen hiervan kost gemeentes en natuurorganisaties tienduizenden euro’s per jaar, wat uiteindelijk weer aan de burger zal worden doorberekend. Naast dat Diftar niet gemakkelijker is, is het uiteindelijk dus ook nog eens niet voordeliger dan “alles-in-één” inzamelen.

Tekst en foto: Erna Binnendijk
Een productie van RTV Borne